Inclusief taalgebruik

Om alle groepen op het gebied van seksuele en genderdiversiteit aan te duiden geven wij de voorkeur aan de uitdrukking: Lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transgenders en intersekse personen, plus andere seksuele en genderminderheden. We korten dit af als LHBTI+.

Waarom deze keuze? We vinden het belangrijk om de LHBTI-groepen uit te lichten omdat dan iedereen duidelijk is over wat voor soort groepen het gaat. Een term als ‘seksuele en genderminderheden’ is voor veel mensen abstract. Maar we vinden het ook belangrijk om daarnaast te benoemen dat er ook andere groepen zijn, zoals aseksuelen, queer, en non-binaire personen. En dat zijn er teveel om op te noemen, zie de lijst hieronder. Daarom voegen we het meer abstracte ‘en andere seksuele en genderminderheden’ er aan toe. Of in de afkorting het plusteken.

Andere LHBT+ organisaties kiezen weer voor een andere uitdrukken en afkortingen. Je vindt de meest gebruikte hieronder.

Is het nou echt nodig om dit soort terminologie te gebruiken? Volstaat het niet om homo’s te zeggen? Ja dat is nodig en nee dat volstaat niet. Sowieso voelen vrouwen zich hier niet door aangesproken.  De term homoseksualiteit heeft het hetzelfde probleem. Dus zeg liever homo’s en lesbiennes. En laten we de biseksuelen niet vergeten! Maar daarmee ben je er nog niet. Andere seksuele en genderminderheden zijn kleiner, maar daarom is het juist belangrijk om aan te geven dat zij er ook bij horen!

Voor alle minderheden geldt dat het belangrijk is om inclusieve taal te gebruiken die niemand uitsluit. Als iemand alle christenen bedoelt wil je niet dat hij alleen protestanten of alleen katholieken noemt. En als het altijd maar alleen over ‘hij’ gaat voelen vrouwen zich terecht niet aangesproken. Dit is hetzelfde op het gebied van seksuele en genderdiversiteit. Het belangrijkste is dan ook de intentie om iedereen aan te spreken en geen groepen bij voorbaat uit te sluiten.

Afkortingen